FASE 0
Na veel omzwervingen, problemen, teleurstellingen en vaak een jarenlang traject in de (gedwongen) hulpverlening, komen jongeren of hun verzorgers naar Jeugdplusjeugd met een verzoek om hulp. Allereerst vindt er een ontmoeting plaats tussen de twee algemeen directeuren en tevens oprichters, Tim en/of Karlo en de jongere. Een ontmoeting die respectvol, open en onbevooroordeeld is en die ruimte laat voor de ander om eerlijk zijn verhaal te doen. Als er van beiden kanten vertrouwen is in elkaar en in het te volgen traject, dan gaat de intakeprocedure van start. Dit kan veelal direct aansluitend op de kennismaking met Tim en/of Karlo en sluit hiermee dus nauw op elkaar aan. De intakeprocedure vindt plaats onder leiding van een van de gedragswetenschappers, waarbij diverse thema’s aan bod komen zoals hulpvraag, voorgeschiedenis, vaardigheden, emoties maar ook meer praktische zaken zoals al dan niet aanwezigheid van een geldige indicatie/beschikking voor de jongere.
Wanneer Tim en/of Karlo EN een van de gedragswetenschappers beoordelen dat een jongere behoort tot de doelgroep van JPJ en in het bezit is van een passende, geldige indicatie of beschikking, of de mogelijkheid heeft deze op korte termijn te verkrijgen, kan een jongere bij beschikbaarheid direct geplaatst worden. Hij of zij kan meteen gebruik maken van onze basisvoorzieningen zoals een woonplek, twee keer per week een eat & meet, (woon)begeleiding en individueel empowerment. Zodra de cliënt daar klaar voor is kan hij/zij mee gaan doen aan het extra aanbod: de langdurige activiteiten zoals dagbesteding en groepsactiviteiten zoals bewegen. Dit alles op maat, nadat er zorgvuldig is gekeken wat de cliënt het meeste nodig heeft.
In de nulfase staat rust en regelmaat centraal. Er wordt niet gelijk gehandeld. Eerst wordt er kennis gemaakt, elkaar leren kennen, vertrouwen opbouwen en vooral tot rust komen. Veel van de jongeren zijn namelijk weleens minstens 6x per jaar verhuisd. Ze krijgen een plek bij ons waar ze tot rust kunnen komen en waar ze kunnen bedenken wat ze willen. Willen ze aan hun probleem werken? Of vinden ze niet dat ze een probleem hebben? Waar je mee omgaat raak je mee besmet, zo gaat het gezegde. Door ze steeds meer te betrekken bij onze vaste activiteiten krijgen ze positieve rolmodellen om zich heen. Worden ze niet alleen door begeleiding beïnvloed, maar ook door de jongeren die al verder zijn. Ze krijgen te zien dat het anders kan. Aan hen de keus of ze dat ook willen. Als er een besef bij de jongeren komt dat het misschien eventueel inderdaad een beetje anders kan, gaat fase 1 in.
NB: Niet iedere deelnemer hoeft deze fase te doorlopen. Sommige cliënten kunnen meteen instromen in de tweede fase.

FASE 1
In fase 1 worden de deelnemers zich bewust van de aard van hun problemen en de omvang daarvan. De nadruk bij de begeleiding ligt op het in kaart brengen van vastgeroeste aannames over zichzelf, het leven en de toekomst. Veel van onze jongeren hebben een laag zelfbeeld en hebben een neiging tot (zelf)destructie. Die negatieve gedachtepatronen moeten eerst onderkend worden, dan pas kan gestart worden met verandering daarvan. Tijdens dit proces komen vaak verdrongen pijnen en emoties naar boven. Aan het eind van deze fase kan een begin worden gemaakt met het ontwikkelen van een intrinsieke motivatie tot verandering. Dit is een voorwaarde om fase 2 in te gaan.
Bij jongeren met een verslaving wordt in fase 1 multidisciplinair bekeken of de jongere klaar is om te werken aan zijn verslaving. Veelal vindt in deze fase de aanmelding bij onze samenwerkingspartner, Ready For Change (RFC) plaats, voor behandeling van de verslaving. Na afloop groeit de jongere veelal door naar fase 2 en hoger. Gedurende dit proces is er continue risico op terugval aanwezig. Nazorg na behandeling is hierbij essentieel.
Jongeren die doorstromen naar fase 2 zijn in staat zichzelf in relatie tot de ander te onderzoeken en gedrag te veranderen. Dit is het begin van resocialisatie.

FASE 2
Gedurende de tweede fase zal gaandeweg het denken en handelen veranderen. De deelnemers zijn dan het kwetsbaarst: het oude zelfbeeld en gedrag wordt afgelegd, terwijl er voor hun gevoel nog niet iets concreets voor in de plaats is gekomen. Het sociaal wenselijke, coöperatieve gedrag van het begin maakt nu plaats voor verzet, als gevolg van het ervaren van pijn, verlies, angst of agressie.
Deze negatieve emoties hebben zich vaak al jaren opgespaard en uitten zich tot nu toe in gedragsproblemen, die moeilijk veranderd konden worden. Ons aanbod, de extra activiteiten, biedt de structuur om nieuw gedrag aan te leren en te integreren in alledaagse situaties. Pas daarna kan er worden doorgestroomd naar fase drie.

FASE 3
De intrinsieke motivatie wordt verder ontwikkeld. In de derde fase wordt nieuw denken en nieuw gedrag verankerd. De deelnemer ondervindt de voordelen van de veranderingen in het dagelijks leven, zonder overspoeld te worden door de pijn van het oude. Vanaf dit moment kan er een beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid en zal er vormgegeven kunnen worden aan de inhoud van het leven zoals de deelnemer dat voor ogen heeft. Er kan worden nagedacht over een opleiding of een werktraject. Deelnemer wordt zorgvuldig begeleid bij deze stappen maar moet zelf, vanuit zijn eigen motivatie en wil tot ontwikkeling, actie ondernemen. Zo leert iemand te voldoen aan de eisen die de samenleving aan hen stelt als ze straks weer zelfstandig leven.

 

FASE 4
In de vierde en laatste fase moet duidelijk worden welke instrumenten, netwerken, talenten en vaardigheden de deelnemer, wellicht sluimerend nog, ter beschikking heeft. Bij de meeste cliënten is dat al gedeeltelijk in kaart gebracht tijdens de extra activiteiten. Die bestaande contacten en vaardigheden moeten worden aangesproken, zodat de deelnemer met een realistisch zelfbeeld en een functionerend, ondersteunend netwerk zijn/haar weg kan vinden in de maatschappij.
In deze laatste fase zal opgedane kennis en gedragsverandering worden overgedragen aan anderen. De kans op blijvend succes is veel groter bij veranderaars die hun omgeving deelgenoot maken en zelf ervaringsdeskundige/begeleider worden.
Wij stimuleren onze cliënten hun opgedane kennis en ervaring door te geven om anderen te helpen. Met de juiste motivatie en bij bewezen geschiktheid kan het zijn dat een cliënt bij ons uitgroeit tot (assistent-) begeleider van nieuwe cliënten en functioneren tegelijkertijd als ervaringsdeskundige.
De cliënten die in staat zijn zich te ontwikkelen tot werknemer van Jeugdplusjeugd hebben al minstens een marathon erop zitten en zullen in de toekomst van onschatbare waarde zijn voor andere jongeren.